Hof stelt BOVAG in gelijk in zaak over verdeling pensioenpremie

31/ 3/ 15
BOVAG en vakbonden – de sociale partners in de branche Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijven - bepalen samen de verdeling van de pensioenpremie in de cao. En niet Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Dat is de conclusie na de uitspraak van het Hof in Den Haag in het spoedappèl dat BOVAG had ingesteld tegen PMT.

BOVAG is tevreden met de uitspraak, omdat hiermee veel onduidelijkheid voor BOVAG-leden wordt weggenomen en de weg vrij is voor nieuwe cao-afspraken.

Uitspraak
Met de uitspraak van het Hof is nu duidelijk dat werkgevers in de sector Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf  (MvT) de premieverdeling (werkgeversdeel 53,2% en het werknemersdeel 46,8% van de totale premie) kunnen hanteren zoals die ooit door vakbonden en BOVAG is afgesproken. Dat scheelt tussen de 1,6% en 1,8% van de loonsom ten opzichte van de situatie dat de werkgevers de nieuwe (VPL-)premieverdeling hadden moeten gaan hanteren, opgeteld zo’n 40 miljoen euro per jaar. In feite was dat dus een onterechte, niet-afgesproken loonkostenstijging, die de werkgevers in de sector er beslist niet bij hadden kunnen hebben. Deze dreiging was de reden dat BOVAG vorig jaar de rechtszaak tegen PMT is begonnen.

Premieverdeling
De BOVAG-leden  kunnen dus de premieverdeling van werkgeversdeel 53,2% en werknemersdeel 46,8% blijven hanteren. Dat betekent in de praktijk dat de totale pensioenpremie van 30,26% (pensioenpremie tot grensbedrag + VPL-premie) als volgt is verdeeld:

  • Werkgever: 16,10% (53,2% van de totale pensioenpremie van 30,26%);
  • Werknemer: 14,16% (46,8% van totale pensioenpremie van 30,26%).

Schone lei cao
Wat BOVAG betreft is het nu zaak de cao-onderhandelingen weer vlot te trekken. BOVAG en bonden kunnen immers met een schone lei beginnen, nu er duidelijkheid is over de verdeling van de pensioenpremie. De gesprekken over een nieuwe cao MvT waren stilgelegd na de derde ronde, in afwachting van het oordeel van de rechter. BOVAG zal in de nieuwe onderhandelingen weer vol inzetten op  moderniseren en flexibiliseren van de cao MvT.